ولقد فتنا سليمان والقينا على كرسيه جسدا ثم اناب ٣٤
وَلَقَدْ فَتَنَّا سُلَيْمَـٰنَ وَأَلْقَيْنَا عَلَىٰ كُرْسِيِّهِۦ جَسَدًۭا ثُمَّ أَنَابَ ٣٤

٣٤

En voorzeker, Wij hebben Soelaimân op de proef gesteld en Wij zetten (hem) op zijn zetel, als een lichaam, waarna hij berouw toonde.
Tafseers
Lessen
Reflecties
Notes placeholders