Waarlijk, de gelijkenis van (dit) wereldlijke leven is als de regen die Wij uit de hemel naar beneden sturen, waardoor het de gewassen van de aarde in een mengeling doet groeien, waarvan de mensen en de dieren eten. Totdat, wanneer de aarde haar versierselen heeft aangenomen en zij mooi is geworden en haar bevolking denkt dat zij machthebbers zijn over haar, Onze bestraffing tot hen komt, bij nacht of bij dag, en Wij het als een leeg gemaaid veld maken, alsof het gisteren niet gebloeid had! Zo leggen Wij Onze Tekenen nauwkeurig uit aan een volk dat nadenkt.