فجعلنا عاليها سافلها وامطرنا عليهم حجارة من سجيل ٧٤
فَجَعَلْنَا عَـٰلِيَهَا سَافِلَهَا وَأَمْطَرْنَا عَلَيْهِمْ حِجَارَةًۭ مِّن سِجِّيلٍ ٧٤

٧٤

Toen keerden Wij haar (de stad) ondersteboven en deden Wij op hen stenen van harde klei neerkomen.
Tafseers
Lessen
Reflecties
Notes placeholders