En voor de Joden verboden Wij alle (dieren) met ongespleten hoeven, en Wij verboden hen het vet van de koe en het schaap, behalve wat hun ruggen dragen, het vet van de ingewanden of het vet dat aan het bot is vergroeid. Zo vergolden Wij hen voor hun opstandigheid. En waarlijk, Wij zijn waarachtig.