فَلَمَّا
رَأَوۡاْ
بَأۡسَنَا
قَالُوٓاْ
ءَامَنَّا
بِٱللَّهِ
وَحۡدَهُۥ
وَكَفَرۡنَا
بِمَا
كُنَّا
بِهِۦ
مُشۡرِكِينَ
٨٤
En toen zij Onze straf zagen, zeiden zij: "Wij geloven in Allah, de Énige. En wij geloven niet in wat wij aan Hem plachten toe te kennen.