أَن
تَقُولَ
نَفۡسٞ
يَٰحَسۡرَتَىٰ
عَلَىٰ
مَا
فَرَّطتُ
فِي
جَنۢبِ
ٱللَّهِ
وَإِن
كُنتُ
لَمِنَ
ٱلسَّٰخِرِينَ
٥٦
Zodat er voor geen ziel aanleiding zal zijn om te zeggen: "O wat heb ik een spijt omdat ik nalatig ben geweest (in mijn plicht) jegens Allah, hoewel ik tot de spotters behoorde."